Zondag 26 februari 2017

In het gezin vader Pieter Van Dijck en moeder Jozefien Perck werd op 10 januari 1923 Cyriel geboren. Twee dagen later werd hij gekerstend in de parochiekerk van O.-L.-Vrouw te Boom. Samen met zijn zus Alice en de kinderen uit het eerste huwelijk van vader Van Dijck, Frans en Célestine, groeide Cyriel op in het land van rijke steenbaronnen. In 1934, op elfjarige leeftijd, begon hij met de Grieks-Latijnse humaniora aan het college te Boom. De tweede helft van zijn humaniora was hij intern in het Sint-Michielscollege te Brasschaat. Na zijn retorica trad Cyriel in als norbertijn in de abdij van Averbode en ontving op 12 september 1939 het witte ordeshabijt en de kloosternaam Leo van prelaat Gummarus Crets. Het noviciaat en de studie filosofie waren getekend door de oorlogsjaren en de vernielende brand van de abdij van Averbode op 29 december 1942. Op 12 september 1941 sprak hij zijn geloften uit in de handen van abt-coadjutor Emmanuël Gisquière.

In september 1943 deed cfr. Leo een transitus naar de canonie van Tongerlo samen met confrater Dominicus François. Op 27 september werden beiden opgenomen in de canonie van Tongerlo. Het was nog volop oorlog wanneer cfr. Leo op 23 december 1944 in Leuven tot subdiaken werd gewijd door mgr. Carton de Wiart. Op 15 april 1945 ontving hij de diakenwijding te Mechelen van mgr. Van Cauwenberg, die hem te Tongerlo ook tot priester wijdde op 12 augustus 1945, met 18 maanden pauselijke dispensatie. Na zijn studie theologie werd hij in 1946 naar Rome gestuurd om kerkelijk recht te studeren aan de Pauselijke Universiteit Gregoriana. Hij behaalde er in 1951 zijn doctoraat.
Prelaat Emiel Stalmans benoemde hem bij zijn terugkomst in Tongerlo alras tot circator op 6 september 1951 en zo werd hij meteen ook lid van de raad van de prelaat. Ook werd hij benoemd tot geprofestenmeester. In 1952 werd hij novicemeester van het Algemeen Noviciaat. Prelaat Boel benoemde hem in 1953 tot prior van het convent, studieprefect en vestiarius.
De vele bedieningen in zeer korte tijd waren voor de jonge Leo Van Dyck net iets te veel voor zijn studieuze geest. In 1956 diende cfr. Leo rust te nemen, en vond een gastvrij verblijf in de norbertinessenpriorij van Oosterhout. In die tijd vertaalde hij, ten gerieve van de norbertinessen, de statuten van 1945 van de monialen van de orde van Prémontré in het Nederlands.
Terug op krachten gekomen, werd hij op 23 februari 1957 benoemd tot privé-secretaris van abt-generaal Hubertus Noots te Rome. Deze opdracht zou hij ook verder zetten onder abt-generaal Norbert Calmels tot 11 februari 1966. Hij bekwaamde zich van 1957 tot1959 aan de Scuola di archivista, paleografia e diplomatica als gediplomeerd archivaris-paleograaf.
Ondertussen was cfr. Leo Van Dyck sinds 9 juli 1956 intens betrokken geraakt om, als delegaat van de Romeinse Congregatie voor de religieuzen, de zelfstandige vrouwenkloosters van de Orde van het H. Graf in een federatief verband samen te brengen. Een taak die hij met toewijding en deskundigheid heeft vervuld tot 1986.
Na zijn vertrek uit Rome in 1966 werd hij rector van de zusters van het H. Graf in de Emmaüspriorij te Maarssen (NL) die het centrum was geworden van waaruit de vernieuwing van de kanunnikessen van het H. Graf werd gestimuleerd. Confrater Leo wist diverse gemeenschappen van kanunnikessen op het spoor te komen en werd voor hen een bekwaam juridisch adviseur en geestelijk raadsman. Ook voor vele zusters persoonlijk was hij een spiritueel leidsman.
Door toedoen van prelaat Koenraad Stappers van Averbode, was cfr. Leo als deskundige voor de Brabantse Circarie, nauw betrokken bij het Generaal Kapittel van 1968. Hij werd secretaris van de commissie aan wie de redactie van de Constituties werd toevertrouwd.
Na het overlijden van archivaris Milo Koyen op 3 januari 1977, werd confrater Leo gevraagd om vanuit Maarssen terug te komen naar Tongerlo om er de taak van archivaris op te nemen. Op 6 februari 1978 is confrater Leo terug in Tongerlo, waar hij tot op gezegende leeftijd, meer dan 30 jaar, de studerende en publicerende archivaris was “die uit zijn schat oud en nieuw tevoorschijn haalde”. 32 jaar lang was hij lid van de commissie voor ordesgeschiedenis. Hij had een schrander verstand, een sterk geheugen, een opmerkzame geest en een in alle opzichten gevoelig hart. Hij was een man van eruditie en nauwgezetheid.
Ondanks zijn beperkte gezondheid heeft cfr. L. Van Dyck zich met grote verdiensten helemaal gegeven voor het Godgewijde leven in de Kerk, voor de orde van Prémontré, voor de Associatio van de reguliere kanunnikessen van het H. Graf en voor zijn abdij van Tongerlo.
Na een lange hospitalisatie in Geel nam hij zijn intrek in het WZC De Winde te Veerle voor meer ondersteuning en omkadering op 13 maart 2014.
Na maanden van afnemende gezondheid en van mentale verzwakking stierf hij op zondagavond 26 februari 2017.
Aan het einde van zijn “Chronographia vitae meae “schreef cfr. Leo op 13 juni 2009: “Als de dag komt dat ik mag gaan hemelen, gedenk u mijner in uw gebed. AMEN.”.
Met dankbaarheid zullen wij op vrijdag 3 maart 2017 de eucharistie vieren en onze senior canoniae in zijn 95ste levensjaar en 75 volle jaren religieuze professie in Onze-Lieve-Vrouwabdij van Tongerlo eerbiedig ten grave gedragen.