Zondag 24 april 2017

Met Beloken Pasen of de zondag van de Goddelijke Barmhartigheid sloten we de feestelijke paasweek af. We mochten ons voor de diensten van de Goede Week en Pasen verheugen op een talrijke opkomst van gelovigen. Dat is voor ons altijd een sterke bemoediging.

Om nog wat na te genieten plaatsen we hier nog twee geluidsopnames van onze feestelijke paasvespers. De vespers verlopen volgens onze eigen premonstratenzerritus.

Na de intredeprocessie onder het zingen van het Kyrie eleison, volgt de vespers in eigenlijke zin met het zingen van psalm 110, de messiaanse psalm die elke zondag in het avondgebed voorkomt en die we op Christus mogen toepassen: Hij leeft en Zetelt aan Gods rechterhand (1 Petr. 3,22). Na de korte schriftlezing, waarin uiteraard de paasboodschap weer­klinkt, antwoorden we met het gregoriaanse Haec dies, een zin uit paaspsalm 118: Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt, laat ons hem vieren in blijdschap. De paasjubel wordt verder gezet in het Alleluia dat onmiddellijk volgt, met een vers dat eigen is aan de dag.
Daarna zingen we, zoals elke dag in het avondgebed, het Magnifi­cat, het danklied van Maria en van de Kerk. Dit danklied krijgt in de paastijd zijn diepste betekenis , nu de Kerk vol vreug­de is om het paasmysterie waaruit zij is voortgekomen: Wonderbaar is het, wat Hij mij deed, de Machtige, groot is zijn Naam  (Lc. 1,49). De anti­foon bij het Magnificat verwijst naar het evangelie van de dag. Zoals op elke dag volgen dan de slotgebeden, het Onze Vader en het afsluitend gebed.

In het tweede deel van de paasvespers begeeft de gemeenschap zich naar het doopwater, dat tijdens de paaswake werd gezegend voor de doopher­denking en voor de hernieuwing van de doopbeloften en de geloofs­belijdenis. Ondertussen zingen we psalm 114: Toen Israël uit Egyp­te vertrok …, terwijl we eraan denken dat wij christenen sinds ons doopsel weggetrokken zijn uit de slavernij van de zonde en het kwaad. Het water van ons doopsel is voor ons bron van leven ge­worden. Als we bij het water aankomen, weerklinken dan ook de laatste verzen van deze psalm: God maakt rotsige grond tot een waterpoel en harde steen tot een bron. Op de lezing die spreekt van ons doopsel, antwoorden we met een Alleluia en een vers dat naar de liturgie van de volgende dag ver­wijst. Ondertussen wordt het water bewierookt. Tenslotte spreekt de voorganger een gebed uit.

In het derde deel, terwijl de gemeenschap zich naar het kruis begeeft, wordt de lofzang uit het boek der Openbaring gezongen, waarin alweer het paasmysterie van Christus en zijn Kerk weer­klinkt: Christus is het Lam Gods, Hij heeft zijn leven voor ons gegeven; en wij, die door ons doopsel met Christus zijn be­kleed (Gal 3,27), vormen de Kerk, de bruid van het Lam. Zo komt de gemeenschap aan bij het kruis, dat sinds Jezus’ kruis­dood teken van ons heil is geworden, onze levensboom. Want op het kruis werden de machten van het kwaad gebonden, werd onze dood gedood (prefatie van Kruisverheffing). Bovendien worden we, nadat we bij het water ons doopsel hebben herdacht, hier bij het kruis herinnerd aan ons vormsel, toen de vorm­heer ons de handen oplegde en met het heilig Chris­ma een kruis tekende op ons voorhoofd. Na een lezing waarin over het kruismysterie wordt gesproken, ant­woorden we met de woorden van Paulus in de Romeinenbrief: Chris­tus resurgens …, Christus, uit de doden verrezen, sterft niet meer: de dood heeft geen macht meer over Hem. Het kruis is voor ons het teken van Christus’ overwinning op de dood geworden. Tijdens deze zang wordt het dan ook bewierookt. Tenslotte bidt de voorganger een passend gebed. Dan komt het slotvers van de ganse viering als echo en bevestiging van de intredezang: God heeft Hem hoog verheven … Jezus Chris­tus is de Heer  (Fil. 2,9-11).

Zoals elke avond besluiten we met een groet aan Maria, de moeder van de Verrezene: Regina Caeli  …, Koningin van de hemel, verheug u, omdat Hij die gij hebt mogen dragen, verrezen is, zoals Hij gezegd heeft. We vragen Maria voor ons te bidden, opdat wij die de verrijzenis vieren van haar Zoon, zijn beloften en onze roe­ping waardig mogen worden.

 

Vespers van zaterdag in de paasweek

 

Vespers van de tweede zondag in de paasweek (Beloken Pasen)