De kerjeuzeneus

Het leven in een abdij kan tot de verbeelding spreken. Nieuwsgierige vragen duiken altijd wel ergens op. Op deze bladzijde brachten wij een aantal vragen bij elkaar. Heb je zelf nog een vraag? Aarzel dan niet ons een mailtje te sturen.

Hoe ziet jullie dagorde er uit?

  • 06.45 u: dan begint het morgengebed en de lezingendienst. We luisteren dan naar het woord van de H. Schrift, zingen methymnen en psalmen de lof van God, bidden voor Kerk en wereld. Op zondag is het morgenegebed om 07.00 u.
  • De rest van de avond is het vrije tijd tenzij er nog andere bezigheden op het programma staan. Om 20.30 sluiten we onze dag af met de dagsluiting. Daarna begeven we ons naar onze kamer.
  • +/- 07.30 u: ontbijt
  • Vanaf 08.30 gaan we aan het werk of is er voor ons, de jongeren in opleiding, les.
  • 11.00 u:Stille tijd in voorbereiding op de eucharistie.
  • 11.30 u: eucharistieviering (op zondag om 10.30u met een kort middaggebed om 12.00 u)
  • 12.15 u: middagmaal en afwas.
  • 14.00 u: start van de werknamiddag. Ieder van ons begeeft zich aan de taak die hem is toevertrouwd.
  • 17.00 u: stil, persoonlijk gebed bij het tabernakel in de kerk
  • 17.30 u: avondgebed
  • 18.00 u: avondmaal en afwas
  • 19.00 u: dan kijken we samen naar het tv-journaal. Aansluitend komen de jongeren in opleiding samen met hun magister voor de afsluiting van de dag en de bespreking van de dag van morgen.
  • De rest van de avond is het vrije tijd tenzij er nog andere bezigheden op het programma staan.
  • Om 20.30 sluiten we onze dag af met de dagsluiting. Daarna begeven we ons naar onze kamer.

Wat spoken jullie tijdens de dag zoal uit?

Onze dagorde heb je hierboven al kunnen bekijken. Dat geeft je al een idee van hoe onze dag gevuld is.

Je merkt al meteen d at heel wat tijd gaat uit naar ons gemeenschappelijk en persoonlijk gebed. We komen 4 maal per dag samen voor een gebedsdienst: morgengebed, eucharistie, avondgebed, dagsluiting. Op zondag komt daar nog ene middaggebed bij. Naast het gemeenschappelijk gebed geven wij ook tijd aan het persoonlijk gebed, onze persoonlijke “babbel” met God.

De tijd buiten het gebed besteedt ieder aan zijn specifieke taak of bezigheid. Dat kan buiten of binnen de abdij zijn. Zo zijn enkele medebroeders die een pastorale opdracht vervullen buitenshuis. Anderen hebben hun werk in de abdij. De één studeert veel, de ander zorgt voor de keuken, weer een ander werkt in de tuin of sleutelt aan onze wagens. We hebben hier een ontmoetingshuis waar ezinningen doorgaan, er moeten gasten opgevangen en begeleid worden in het gastenkwartier. De zang voor onze gebedsdiensten moet voorbereid worden. Er zijn ook medebroeders die de leiding hebben over de gemeenschap (abt, prior en supprior) en die daar hun handen mee vol hebben. Onze zieken en bejaarden moeten verzorgd en bijgestaan worden. Onze econoom zorgt voor de financies. En zo zouden we nog een tijdje kunnen doorgaan….

Naast het gebed en onze taak besteden we ook nog aandacht aan elkaar. Dat gebeurt door samen te eten, door samen ontspanning te nemen …

En ja hoor, we hebben ook vrije tijd voor onszelf: om wat te lezen, te fietsen of wandelen ….

Is het kloosterleven niet saai?

Ja, dat is natuurlijk iets dat vele jongeren denken. Bidden, stil zijn, elke dag dezelfde dagorde … begrijpelijk dat dit als saai overkomt. Toch is het niet zo.

De kern, ons geheim zo je wil, is dat wij geloven in God en Jezus Christus en dat wij ervan overtuigd zijn dat Hij elk van ons geroepen heeft. Wij zijn met heel ons hart – met alles wat we zijn – op die roepstem ingegaan en hebben ons leven aan Hem toegewijd. Als je leeft naar je hart, kan dat dan saai zijn? Als je kiest voor de levenswijze die je gelukkig maakt, kan dat dan als oervervelend ervaren worden? Sterker nog: wie aan dit leven als kloosterling begon had vaak het gevoel aan het begin van een avontuur te staan!

Een vergelijking kan het misschien duidelijker maken. Een visser zit soms urenlang aan de kant van het water, te turen naar een dobber, wachtend tot een vis toehapt op het aas en hij die vis aan de haak kan slaan. Is dat saai? Voor de wandelaar die toevallig voorbij komt misschien wel, maar voor de visser zelf zeker niet. Vissen is immers zijn passie. Hij houdt van de natuur die hem rust geeft. Vertel hem niet dat hij een saaie hobby heeft! Een kloosterling is een soort visser: ook hij is vervuld van een passie die maakt dat hij voor het kloosterleven gekozen heeft en waardoor hij deze levenswijze elke dag weer opnieuw een boeiend avontuur vindt.

Daarbij komt dat we naast het vaste levensritme van elke dag toch ook heel wat afwisseling hebben. Die afwisseling komt er door onze taken, door de vele verschillende mensen die we ontmoeten of die op onze een beroep doen, door de medebroeders – met elk zijn eigen persoonlijkheid – waarmee we samenleven. Dat alles maakt het zelf redelijk spannend. Elke dag is weer anders. Ons leven is best wel interessant. Je leert jezelf kennen, je leert God kennen en je leert je medemens kennen. Doordat we in gemeenschap leven maken we vanalles met elkaar mee, dat is plezant om te beleven.

Zijn er nog roepingen?

ja, er zijn nog nieuwe roepingen. Elke christen wordt geroepen om Gods liefde te beantwoorden en aan anderen door te geven. Er zijn
enorm veel leken werkzaam in de Kerk, zomaar omdat zij geloven in Jezus.

Het is waar: roepingen tot het priesterschap of het kloosterleven zijn op dit moment veel minder dan vroeger,maar ze zijn er! Het is dan ook geen vanzelfsprekende keuze. Dat is het nooit geweest, trouwens.

De jongeren die nu voor het religieuze leven kiezen hebben meestal een lange weg afgelegd. Een weg van zoeken en vechten en … hun keuze is echt doorleefd. Je wordt serieus bevraagd in die keuze door de mensen die je kent. Kortom: wat we aan aantal inboeten, winnen we aan overtuiging.

God geeft iedereen een roeping. Zo roept hij nog velen als priester of kloosterling(e). Maar er zijn er weinig die deze roepstem willen of kunnen horen. Er zijn zoveel alternatieven die meer aanlokkend lijken. Wie wil er nog leven voor God of voor de medemens? De media hangen een vertekend beeld op van het leven in de Kerk en in een kloostergemeenschap en ze laten ook geen gelegenheid liggen om het christelijke geloof belachelijk te maken. Iemand die er aan denkt kloosterling te worden wordt meteen voor gek verklaard door familie en vrienden. Er zijn zelfs ouders die hun zoon of dochter ronduit verbieden stappen in die richting te zetten en daar zelfs een breuk voor over hebben. Zie je, zo zijn er veel omstandigheden die Gods roepstem op de achtergrond verdringen. Je roeping volgen is meer dan ooit tegen de stroom ingaan!

Norbertijnen, benedictijnen en trappisten leven allemaal in een abdij. Maar wat is het verschil?

Een eerste verschil zie je al meteen met het blote oog: benedictijnen dragen een zwart habijt (kloosterkleed), de norbertijnen een wit en de trappisten een wit met zwart.

Maar natuurlijk hebben deze verschillende levenswijzen meer om het lijf!

Je zou de abdijen in twee grote families kunnen opdelen. In ene familie (waartoe de benedictijnen en de trappisten behoren) volgt men de regel van de H. Benedictus (480-547). Dat is de familie van de monniken. In de andere familie leeft men naar de regel van de H. Augustinus (354-430). Dat is de familie van de reguliere kanunniken.

Beide tradities legen andere accenten in het abdijleven. Monniken hebben doorgaans een meer gesloten leefwijze, kennen bijna geen activiteiten buitenshuis, hechten veel belang aan handenarbeid en hebben meer gemeenschappelijke gebedsmomenten. Kanunniken hebben een meer open abdijleven, willen op velerlei wijze een pastoraal dienst verlenen aan de Kerk, laten groepen en individuen in een grotere mate delen in het liturgische gebedsleven van de abdijgemeenschap. Zo komen er bij ons heel wat mensen en groepen over de vloer die onze abdij opzoeken als was het een spirituele oase, om er rust of stilte te vinden of om zich geestelijk te komen ‘bijtanken’.